Stoofperen vormen een traditioneel Nederlands gerecht dat vooral in de herfst en winter wordt bereid. Ze worden gemaakt van specifieke stoofpeer-soorten zoals de Gieser Wildeman, die verkrijgbaar is van oktober tot en met februari. De bereiding omvat het schillen van de peren, het toevoegen van vloeistoffen zoals rode wijn, druivensap of perenrood, en specerijen zoals kaneelstokjes en kruidnagels. Het stoven gebeurt op lage temperatuur gedurende enkele uren, wat resulteert in zachte peren met een kenmerkende rode kleur. Perenrood speelt een belangrijke rol in meerdere recepten om de kleur te intensiveren. Deze peren kunnen warm of koud worden geserveerd, als bijgerecht bij wild of stoofgerechten, of als dessert met yoghurt of kwark. De bereidingswijze varieert licht per bron, maar benadrukt consistent langzame verhitting en voldoende vloeistof om de peren onder te dompelen.
Basisrecepten voor Stoofperen
Verschillende bronnen bieden eenvoudige basisrecepten voor stoofperen, met variaties in ingrediënten en bereidingsduur. Een simpel recept uit bron 1 gebruikt 10 stoofpeertjes van het type Gieser Wildeman, 1 pak druivensap en 1 kaneelstokje. De peren worden geschild, in kwarten gesneden en het klokhuis verwijderd. Ze worden in een pan met zware bodem gedaan, overgoten met druivensap tot ze bijna onderstaan, en het kaneelstokje toegevoegd. De pan wordt op middelhoog vuur verwarmd tot het sap zachtjes borrelt, waarna het vuur laag wordt gezet voor een stoofduur van ongeveer 40 minuten, tot de peren zacht en rood zijn. Dit recept is gericht op eenvoud en kan warm of koud worden gegeten.
Een ander basisrecept uit bron 2 richt zich op 6 stoofperen Gieser Wildeman, 4 eetlepels perenrood, 1 kaneelstokje, 2 kruidnagels, een glas rode wijn en water. De peren worden dun geschild met het steeltje eraan gelaten. In een pan worden perenrood, specerijen en rode wijn toegevoegd, gevolgd door water tot de peren net onderstaan. Het geheel stooft minimaal 3 uur op een klein vuurtje, met halverwege voorzichtig omdraaien voor een egale kleur. Na het stoven worden de peren verwijderd en het vocht ingekookt tot stroperig. Dit recept benadrukt dat langere stooftijd leidt tot een betere kleur.
Bron 4 biedt een basisrecept met 100 ml rode wijn, 100 g suiker, 5 laurierblaadjes, 2 steranijs, 1 kaneelstokje, eventueel perenrood en 10 stoofpeertjes. De vloeistoffen en specerijen gaan in een pan waarin de peren precies passen. De peren worden vanaf het steeltje dun geschild en direct in de wijn gelegd, met extra wijn om ze onder te dompelen. Het geheel wordt rustig verwarmd tot bijna kookpunt, dan laag vuur voor circa 45 minuten pocheren, tot een mes er gemakkelijk door prikt. Afkoelen gebeurt in de siroop. Alcoholvrije varianten vervangen wijn door druiven- of bessensap.
Bron 5 beschrijft een recept voor 4 personen met ingrediënten zoals 1 citroen*